Het is weer kerstperiode. Tijd dus voor kitcherige decoraties, zoetsappige films op tv en kleffe kerstliedjes op de radio. Ach, ik zit er niets mee in om mee te doen aan de kerstrage. Toch probeer ik altijd nog wat zingeving te zoeken in het hele circus. Aangezien ik voor mijn reading challenge nog een boek moest lezen 'dat zich afspeelt rond Kerstmis', leek het me een goed idee om maar meteen eens naar de basis te gaan en het 'echte' kerstverhaal onder de loep te nemen, in dit boek van twee geleerden die zich heel hun carrière hebben gespecialiseerd in het leven van Jezus. Wat vertelt de Bijbel ons over de geboorte van Christus?
Het echte kerstverhaal, dus, of liever 'verhalen'. Meervoud. De auteurs maken al snel duidelijk dat de geboorte van Jezus door twee evangelisten wordt beschreven, maar dat het ook twee totaal verschillende verhalen zijn. Hun uitgangspunt is dat je de verhalen moet lezen zoals je andere literatuur leest. Dat betekent eerst en vooral bepalen wat het genre is. Dan pas kun je een juiste interpretatie geven. Deze twee verhalen zijn volgens de auteurs zowel parabels als parabolische ouvertures. Voor hen is het duidelijk dat het nooit de bedoeling is geweest van de auteurs om te beweren dat deze verhalen ook echt gebeurd zijn. Daarvan uitgaan zou de aandacht afleiden van de échte bedoeling van de verhalen.
Daarnaast kun je de betekenis pas achterhalen als je de verhalen in een zowel theologische als historische context plaatst en dat wordt hier op een heel beschouwelijke en begrijpelijke manier gedaan. De auteurs laten ook niet na om te reflecteren over wat de relevantie van de kerstverhalen in onze tijden kan zijn, hoewel dat laatste toch vooral voor Amerikaanse lezers is bedoeld.
Interessant boek voor wie meer wil weten over de achtergrond van een van onze belangrijkste feestdagen en voor wie voorbij de over-commercialisering van Kerstmis wil kijken en de ware boodschap wenst te ontdekken.
Marcus J. Borg & John Dominic Crossan: The First Christmas - What the Gospels Really Teach About Jesus' Birth. New York, Harper Collins, 2007, 259 p.
woensdag 23 december 2015
zondag 20 december 2015
"Oorlog en Terpentijn" van Stefan Hertmans
"Een bom van groot kaliber sloeg in bij ons mitrailleursnest. We zagen de lichamen van onze makkers de lucht in vliegen, uit elkaar gerukte lichaamsdelen vlogen ons letterlijk om de oren."
Meer dan dertig jaar geleden kreeg Stefan Hertmans van zijn grootvader een aantal schriftjes, waarin die zijn levensverhaal had opgetekend. Lang nadat de man gestorven was, ging Hertmans daarmee aan het werk om het leven van zijn grootvader te reconstrueren. Het resultaat is een van de meest aangrijpende boeken die ik ooit gelezen heb.
Hertmans vertelt over zijn vroegste herinneringen aan zijn grootvader en maakt dan een flinke sprong terug in de tijd naar de jeugdjaren van Urbain Martien - het begin van een leven dat gekenmerkt zou worden door een opeenvolging van tragedies en desillusies.
Centraal in het boek - ook letterlijk - staan Martiens lotgevallen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De gruwelen van die zwarte bladzijde uit de geschiedenis worden hier verhaald vanuit het vertelstandpunt van Urbain Martien zelf. Dit deel is bijzonder hard en de onwaarschijnlijke gruwelen die hij beschrijft contrasteren enorm met de breekbare natuur van de verteller die uit zijn woorden naar voor komt.
Voor het derde en laatste deel keert Hertmans terug als verteller. Zijn herinneringen aan zijn grootvader, vermengd met de nieuw ontdekte verhalen over diens leven, vormen een indringend en ontroerend portret van een man die hij pas jaren na diens dood echt heeft leren kennen.
Een schitterende roman over een door tragedies geteisterde man, die nooit hersteld is van het verlies van zijn geliefde én van de hel die hij tijdens de Grote Oorlog meemaakte. Een man die vurig en passioneel was, maar dat enkel via zijn schilderijen kon uiten. Prachtig geschreven, in een schitterende literaire taal, zonder daarom moeilijk te zijn. Een onwaarschijnlijk mooi boek.
Stefan Hertmans: Oorlog en Terpentijn. Amsterdam, De Bezige Bij, 2014, 334 blz.
Meer dan dertig jaar geleden kreeg Stefan Hertmans van zijn grootvader een aantal schriftjes, waarin die zijn levensverhaal had opgetekend. Lang nadat de man gestorven was, ging Hertmans daarmee aan het werk om het leven van zijn grootvader te reconstrueren. Het resultaat is een van de meest aangrijpende boeken die ik ooit gelezen heb.
Hertmans vertelt over zijn vroegste herinneringen aan zijn grootvader en maakt dan een flinke sprong terug in de tijd naar de jeugdjaren van Urbain Martien - het begin van een leven dat gekenmerkt zou worden door een opeenvolging van tragedies en desillusies.
Centraal in het boek - ook letterlijk - staan Martiens lotgevallen tijdens de Eerste Wereldoorlog. De gruwelen van die zwarte bladzijde uit de geschiedenis worden hier verhaald vanuit het vertelstandpunt van Urbain Martien zelf. Dit deel is bijzonder hard en de onwaarschijnlijke gruwelen die hij beschrijft contrasteren enorm met de breekbare natuur van de verteller die uit zijn woorden naar voor komt.
Voor het derde en laatste deel keert Hertmans terug als verteller. Zijn herinneringen aan zijn grootvader, vermengd met de nieuw ontdekte verhalen over diens leven, vormen een indringend en ontroerend portret van een man die hij pas jaren na diens dood echt heeft leren kennen.
Een schitterende roman over een door tragedies geteisterde man, die nooit hersteld is van het verlies van zijn geliefde én van de hel die hij tijdens de Grote Oorlog meemaakte. Een man die vurig en passioneel was, maar dat enkel via zijn schilderijen kon uiten. Prachtig geschreven, in een schitterende literaire taal, zonder daarom moeilijk te zijn. Een onwaarschijnlijk mooi boek.
Stefan Hertmans: Oorlog en Terpentijn. Amsterdam, De Bezige Bij, 2014, 334 blz.
zaterdag 19 december 2015
"We Have Always Lived in the Castle" van Shirley Jackson
"I have often thought that with any luck at all, I could have been born a
werewolf, because the two middle fingers on both my hands are the same
length, but I have had to be content with what I had."
Maak kennis met Merricat (oftewel Mary Catherine Blackwood), een van de meest bizarre romanpersonages die je ooit zult tegenkomen. Merricat woont samen met haar oudere zus Constance en hun dementerende oom Julian. De andere familieleden kwamen enige jaren geleden op mysterieuze wijze om het leven, een mysterie dat trouwens nooit werd opgehelderd. De dorpsbewoners mijden de familie als de pest, want ze zijn ervan overtuigd Constance de moord gepleegd heeft. Geen probleem voor Merricat, want ze is mensenschuw en de complete afzondering geeft haar alle gelegenheid om ongestoord haar droomwereldje, waarin ze met haar magische krachten oudere zus Constance beschermt, werkelijkheid te maken. Wanneer een verre neef, Charles, onverwacht voor de deur staat, met het aanbod om de twee jongedames te helpen, blijkt al snel dat zijn bedoelingen niet bepaald altruïstisch zijn. Maar Merricat is niet van plan om het ideale leventje van haar en haar zus zomaar overhoop te laten gooien.
Shirley Jackson, die o.a ook de klassieke spookroman "The Haunting of Hill House" en het lugubere kortverhaal "The Lottery" schreef, was een meesteres in sfeerschepping. In dit boek zijn het vooral de macabere passages, de ontroerende momenten en de bizarre humor die een unieke combinatie opleveren. Het is dan ook geen al te moeilijke opgave om uit te zoeken hoe bijvoorbeeld een regisseur als Tim Burton zwaar geïnspireerd werd door deze roman. Schitterend. Een echte aanrader.
Shirley Jackson: We Have Always Lived in the Castle". London, Penguin, 2009, 158 p.
Oorspr. uitgave: 1962
Maak kennis met Merricat (oftewel Mary Catherine Blackwood), een van de meest bizarre romanpersonages die je ooit zult tegenkomen. Merricat woont samen met haar oudere zus Constance en hun dementerende oom Julian. De andere familieleden kwamen enige jaren geleden op mysterieuze wijze om het leven, een mysterie dat trouwens nooit werd opgehelderd. De dorpsbewoners mijden de familie als de pest, want ze zijn ervan overtuigd Constance de moord gepleegd heeft. Geen probleem voor Merricat, want ze is mensenschuw en de complete afzondering geeft haar alle gelegenheid om ongestoord haar droomwereldje, waarin ze met haar magische krachten oudere zus Constance beschermt, werkelijkheid te maken. Wanneer een verre neef, Charles, onverwacht voor de deur staat, met het aanbod om de twee jongedames te helpen, blijkt al snel dat zijn bedoelingen niet bepaald altruïstisch zijn. Maar Merricat is niet van plan om het ideale leventje van haar en haar zus zomaar overhoop te laten gooien.
Shirley Jackson, die o.a ook de klassieke spookroman "The Haunting of Hill House" en het lugubere kortverhaal "The Lottery" schreef, was een meesteres in sfeerschepping. In dit boek zijn het vooral de macabere passages, de ontroerende momenten en de bizarre humor die een unieke combinatie opleveren. Het is dan ook geen al te moeilijke opgave om uit te zoeken hoe bijvoorbeeld een regisseur als Tim Burton zwaar geïnspireerd werd door deze roman. Schitterend. Een echte aanrader.
Shirley Jackson: We Have Always Lived in the Castle". London, Penguin, 2009, 158 p.
Oorspr. uitgave: 1962
vrijdag 11 december 2015
"De blinde vlek" van Jo Claes
"Zijn gezicht stond op onweer. Hij zeulde de koffer de wagon in, nam plaats bij een van de raampjes en staarde nors voor zich uit. Er was niemand die het waagde naast hem te gaan zitten."
Dit is de derde misdaadroman van Jo Caes die ik lees, na "De mythe van Methusalem" en "De zaak Torfs". Ik begin een patroon te herkennen. Al die boeken beginnen met een redelijk lange 'proloog', waarin een personage uitgebreid wordt voorgesteld en in een situatie wordt geplaatst, die -zo voelt de lezer aan- tot een moord zal leiden. De belangrijkste verdachten worden hier ook geïntroduceerd. We maken een tijdsprongetje en ontmoeten hoofdinspecteur Tomas Berg. We worden even meegesleept in zijn privéleven, maar wanneer een misdaad wordt vastgesteld, begint het verhaal echt op gang te komen.
Ik heb geen probleem met zo'n formule. Integendeel, in misdaadverhalen is zoiets zelfs een beetje verplichte kost - een soort van een patroon dat elk boek een beetje anders wordt ingekleurd. "De blinde vlek" begint op de archeologische site Sagalassos in Turkije. De vondst van enkele zeer waardevolle munten zorgt voor heel wat opwinding, maar ook voor een schandaal wanneer de munten worden gestolen. De archeologiestudent Simen Paulus wordt van de diefstal verdacht en hij ontvlucht Turkije naar zijn woonplaats Leuven. Daar wordt hij niet lang daarna dood aangetroffen. Een zaak voor Thomas Berg, die net slecht nieuws heeft gekregen en er dus niet al te happy bijloopt.
"De blinde vlek" is geen nagelbijter; de plotwendingen zijn niet uitzonderlijk ingenieus en de identiteit van de dader blijkt uiteindelijk niet echt zo'n grote verrassing te zijn. Claes kiest eerder voor een realistisch plot en geloofwaardige personages, boven spektakel. Toch weet Claes mij telkens weer geboeid te houden, door zijn vlotte schrijfstijl en door keer op keer weer heel wat mythologie en symboliek in het verhaal te verweven, waardoor je echt wel het gevoel hebt dat je veel meer zit te lezen dan een doordeweeks detectiveromannetje. Zijn andere boeken staan hier ook al klaar op mijn Boekenzolder.
Jo Claes: De blinde vlek. Antwerpen/Amsterdam, Houtekiet, 2009, 384 blz.
Dit is de derde misdaadroman van Jo Caes die ik lees, na "De mythe van Methusalem" en "De zaak Torfs". Ik begin een patroon te herkennen. Al die boeken beginnen met een redelijk lange 'proloog', waarin een personage uitgebreid wordt voorgesteld en in een situatie wordt geplaatst, die -zo voelt de lezer aan- tot een moord zal leiden. De belangrijkste verdachten worden hier ook geïntroduceerd. We maken een tijdsprongetje en ontmoeten hoofdinspecteur Tomas Berg. We worden even meegesleept in zijn privéleven, maar wanneer een misdaad wordt vastgesteld, begint het verhaal echt op gang te komen.
Ik heb geen probleem met zo'n formule. Integendeel, in misdaadverhalen is zoiets zelfs een beetje verplichte kost - een soort van een patroon dat elk boek een beetje anders wordt ingekleurd. "De blinde vlek" begint op de archeologische site Sagalassos in Turkije. De vondst van enkele zeer waardevolle munten zorgt voor heel wat opwinding, maar ook voor een schandaal wanneer de munten worden gestolen. De archeologiestudent Simen Paulus wordt van de diefstal verdacht en hij ontvlucht Turkije naar zijn woonplaats Leuven. Daar wordt hij niet lang daarna dood aangetroffen. Een zaak voor Thomas Berg, die net slecht nieuws heeft gekregen en er dus niet al te happy bijloopt.
"De blinde vlek" is geen nagelbijter; de plotwendingen zijn niet uitzonderlijk ingenieus en de identiteit van de dader blijkt uiteindelijk niet echt zo'n grote verrassing te zijn. Claes kiest eerder voor een realistisch plot en geloofwaardige personages, boven spektakel. Toch weet Claes mij telkens weer geboeid te houden, door zijn vlotte schrijfstijl en door keer op keer weer heel wat mythologie en symboliek in het verhaal te verweven, waardoor je echt wel het gevoel hebt dat je veel meer zit te lezen dan een doordeweeks detectiveromannetje. Zijn andere boeken staan hier ook al klaar op mijn Boekenzolder.
Jo Claes: De blinde vlek. Antwerpen/Amsterdam, Houtekiet, 2009, 384 blz.
woensdag 2 december 2015
"Eilanden: De profetie" van Timo en Luc Descamps
"Reikon zette zijn benen wijd, klaar voor het gevecht.
'Wat gebeurt er als ik win?', vroeg Abu terwijl hij dichterbij kwam.
'Geloof me, oude man,' zei Reikon grijnzend. 'U zult niet winnen.'"
Ik heb Luc Descamps jaren geleden leren kennen als een zeer gewaardeerde collega op ons kleine schooltje. Als snel bleek dat wij heel wat gezamenlijke interesses hadden: indianen, muziek - vooral heel veel goede muziek. En boeken natuurlijk, vooral fantasy dan. Luc was toen een beginnend schrijver en ik heb altijd enorm veel bewondering gehad voor het feit dat hij besloot om zijn droom na te jagen en voltijds voor dat schrijverschap te gaan. Met succes, zo blijkt, want de nooit aflatende stroom van boeken die hij uitbrengt, toont zijn onuitputtelijke inspiratie en de lange wachtrijen op de Boekenbeurs bewijzen dat hij er nog veel succes mee heeft ook. Zodanig zelfs dat ik wat medelijden kreeg met de werkeloze collega-auteur die daar naast hem zat. De "Eilanden"-trilogie schreef Luc samen met zijn zoon Timo, en ik kan me voorstellen dat hij apetrots zal zijn om die twee namen samen op de boeken te zien pronken.
Een heel epistel, enkel maar om te verklaren waarom ik hier een jeugdboek zit te recenseren. Alsof ik dat zou moeten verantwoorden...
Een geïsoleerd eiland in een eindeloze oceaan. Een ideaalvoorbeeld van een waar paradijs. De eilandbewoners leven in perfecte harmonie met de natuur. Wapens en geweld zijn uit den boze. Sinds mensenheugenis leven de eilanders al in de wetenschap dat er andere eilanden bestaan, en dat er ooit een samensmelting zal plaatsvinden. Een grootse gebeurtenis waarop al hun rites en rituelen gericht zijn. Ze zijn dan ook in verrukking wanneer een ander drijvend eiland aan de horizon verschijnt en de profetie lijkt uit te komen. Maar al snel blijkt dat de bezoekers minder fraaie bedoeling hebben. De vredelievende inwoners zijn niet bestand tegen de kwaadaardige krachten die hen en hun eiland bedreigen. De twee vrienden Thom en Jari staan nu voor de schier onmogelijke opdracht om hun eiland van de totale vernietiging te redden.
"Eilanden" is duidelijk voor een jonger publiek geschreven. De lezer moet zich met de jeugdige hoofdpersonages kunnen vereenzelvigen - wat inlevingsvermogen en een vleugje nostalgie helpen dan wel als je wat ouder bent (aan beide heb ik geen gebrek). Het verhaal is ook allesbehalve complex en de taal is eenvoudig en helder. Het feit dat een gezapige veertiger als ik bezwaarlijk nog tot de belangrijkste doelgroep kan worden gerekend, betekent echter niet dat ik niet van "Eilanden" kan genieten. Integendeel, ik heb het boek in twee dagen tijd uitgelezen, in een heel drukke periode waarin ik eigenlijk veel andere,belangrijkere, dingen te doen had. Delen 2 en 3 zullen er ook aan moeten geloven.
Timo Descamps en Luc Descamps: Eilanden - De profetie. Abimo, 2014, 262 blz.
'Wat gebeurt er als ik win?', vroeg Abu terwijl hij dichterbij kwam.
'Geloof me, oude man,' zei Reikon grijnzend. 'U zult niet winnen.'"
Ik heb Luc Descamps jaren geleden leren kennen als een zeer gewaardeerde collega op ons kleine schooltje. Als snel bleek dat wij heel wat gezamenlijke interesses hadden: indianen, muziek - vooral heel veel goede muziek. En boeken natuurlijk, vooral fantasy dan. Luc was toen een beginnend schrijver en ik heb altijd enorm veel bewondering gehad voor het feit dat hij besloot om zijn droom na te jagen en voltijds voor dat schrijverschap te gaan. Met succes, zo blijkt, want de nooit aflatende stroom van boeken die hij uitbrengt, toont zijn onuitputtelijke inspiratie en de lange wachtrijen op de Boekenbeurs bewijzen dat hij er nog veel succes mee heeft ook. Zodanig zelfs dat ik wat medelijden kreeg met de werkeloze collega-auteur die daar naast hem zat. De "Eilanden"-trilogie schreef Luc samen met zijn zoon Timo, en ik kan me voorstellen dat hij apetrots zal zijn om die twee namen samen op de boeken te zien pronken.
Een heel epistel, enkel maar om te verklaren waarom ik hier een jeugdboek zit te recenseren. Alsof ik dat zou moeten verantwoorden...
Een geïsoleerd eiland in een eindeloze oceaan. Een ideaalvoorbeeld van een waar paradijs. De eilandbewoners leven in perfecte harmonie met de natuur. Wapens en geweld zijn uit den boze. Sinds mensenheugenis leven de eilanders al in de wetenschap dat er andere eilanden bestaan, en dat er ooit een samensmelting zal plaatsvinden. Een grootse gebeurtenis waarop al hun rites en rituelen gericht zijn. Ze zijn dan ook in verrukking wanneer een ander drijvend eiland aan de horizon verschijnt en de profetie lijkt uit te komen. Maar al snel blijkt dat de bezoekers minder fraaie bedoeling hebben. De vredelievende inwoners zijn niet bestand tegen de kwaadaardige krachten die hen en hun eiland bedreigen. De twee vrienden Thom en Jari staan nu voor de schier onmogelijke opdracht om hun eiland van de totale vernietiging te redden.
"Eilanden" is duidelijk voor een jonger publiek geschreven. De lezer moet zich met de jeugdige hoofdpersonages kunnen vereenzelvigen - wat inlevingsvermogen en een vleugje nostalgie helpen dan wel als je wat ouder bent (aan beide heb ik geen gebrek). Het verhaal is ook allesbehalve complex en de taal is eenvoudig en helder. Het feit dat een gezapige veertiger als ik bezwaarlijk nog tot de belangrijkste doelgroep kan worden gerekend, betekent echter niet dat ik niet van "Eilanden" kan genieten. Integendeel, ik heb het boek in twee dagen tijd uitgelezen, in een heel drukke periode waarin ik eigenlijk veel andere,
Timo Descamps en Luc Descamps: Eilanden - De profetie. Abimo, 2014, 262 blz.
zaterdag 28 november 2015
"Revival" van Stephen King
“This is how we bring about our own damnation, you know - by ignoring the
voice that begs us to stop. To stop while there's still time.”
Sommige verhalen starten in volle actie - je zit dan als lezer van bij het begin in een sneltrein, die je niet meer kan verlaten vooraleer het verhaal ten einde is. Andere zijn helemaal anders - de personages staan daar centraal en het verhaal wordt soms tergend traag opgebouwd, om dan tot een geweldige climax te komen. Ik kan beide soorten appreciëren en een auteur als Stephen King is ook in beide een meester. Zijn "Revival" behoort tot het laatste type, zodanig zelfs dat je als lezer zelfs het gevoel hebt dat je tegen het einde een totaal ander boek aan het lezen bent dan in het begin. King is echter vaardig genoeg om dit in een samenhangend geheel te verpakken.
Als kleine jongen leert Jamie Morton dominee Charles Jacobs kennen. Van in het begin wordt hij gefascineerd door de man en zijn ideeën. Maar nadat hij op een gruwelijke wijze zijn vrouw en zoon verliest, verandert Jacobs. Een obsessie maakt zich van hem meester, die ook anderen aansteekt. Jamie Morton zal in de loop van zijn leven meermaals het pad kruisen met Jacobs en de dubbelzinnige gevoelens die hij voor hem heeft -respect voor de man die hij was en afschuw voor waar hij zich nu mee bezig houdt- vormen de basis voor deze roman.
Voor het grootste deel van het boek, heb je als lezer helemaal niet de indruk dat je een horrorroman zit te lezen. We krijgen het levensverhaal van Jaimie Morton voorgeschoteld; van de kleine jongen die met verwondering naar de wereld kijkt, tot de muzikant, wiens verslaving hem ei-zo-na het leven kost en die 'gered' wordt door Charles Jacobs. Slechts af en toe geeft King kleine suggesties dat er meer staat te gebeuren, soms enkel door te verwijzen naar andere verhalen. Het zullen waarschijnlijk dan ook enkel 'ervaren' lezers zijn die deze hints zullen oppikken. We zijn al een stuk voorbij de helft wanneer de toon verandert - de focus ligt nu op de obsessie van Jacobs; zijn streven om de krachten van elektriciteit te beheersen om zo het Leven te kunnen controleren. De link met Mary Shelly's "Frankenstein" is duidelijk. Het einde is dan weer onvervalst Lovecraftiaans, en als je "The Great God Pan" van Arthur Machen kent (dat ik, niet toevallig, net voor "Revival" gelezen heb - zie mijn recensie), zal de impact des te groter zijn.
Voor mij kan "Revival" stante pede in de lijst van Kings meesterwerken worden bijgevoegd, hoewel het voor de grote massa misschien iets minder toegankelijk is dan bijvoorbeeld een "The Shining" of "Carrie". Grootse horrorliteratuur, die zoveel meer is dan de goedkope schrikeffecten waarvan zovele andere genreauteurs zich bedienen.
Stephen King: Revival. London, Hodder, 2015, 372 p.
Oorspr. uitgave: 2014
Sommige verhalen starten in volle actie - je zit dan als lezer van bij het begin in een sneltrein, die je niet meer kan verlaten vooraleer het verhaal ten einde is. Andere zijn helemaal anders - de personages staan daar centraal en het verhaal wordt soms tergend traag opgebouwd, om dan tot een geweldige climax te komen. Ik kan beide soorten appreciëren en een auteur als Stephen King is ook in beide een meester. Zijn "Revival" behoort tot het laatste type, zodanig zelfs dat je als lezer zelfs het gevoel hebt dat je tegen het einde een totaal ander boek aan het lezen bent dan in het begin. King is echter vaardig genoeg om dit in een samenhangend geheel te verpakken.
Als kleine jongen leert Jamie Morton dominee Charles Jacobs kennen. Van in het begin wordt hij gefascineerd door de man en zijn ideeën. Maar nadat hij op een gruwelijke wijze zijn vrouw en zoon verliest, verandert Jacobs. Een obsessie maakt zich van hem meester, die ook anderen aansteekt. Jamie Morton zal in de loop van zijn leven meermaals het pad kruisen met Jacobs en de dubbelzinnige gevoelens die hij voor hem heeft -respect voor de man die hij was en afschuw voor waar hij zich nu mee bezig houdt- vormen de basis voor deze roman.
Voor het grootste deel van het boek, heb je als lezer helemaal niet de indruk dat je een horrorroman zit te lezen. We krijgen het levensverhaal van Jaimie Morton voorgeschoteld; van de kleine jongen die met verwondering naar de wereld kijkt, tot de muzikant, wiens verslaving hem ei-zo-na het leven kost en die 'gered' wordt door Charles Jacobs. Slechts af en toe geeft King kleine suggesties dat er meer staat te gebeuren, soms enkel door te verwijzen naar andere verhalen. Het zullen waarschijnlijk dan ook enkel 'ervaren' lezers zijn die deze hints zullen oppikken. We zijn al een stuk voorbij de helft wanneer de toon verandert - de focus ligt nu op de obsessie van Jacobs; zijn streven om de krachten van elektriciteit te beheersen om zo het Leven te kunnen controleren. De link met Mary Shelly's "Frankenstein" is duidelijk. Het einde is dan weer onvervalst Lovecraftiaans, en als je "The Great God Pan" van Arthur Machen kent (dat ik, niet toevallig, net voor "Revival" gelezen heb - zie mijn recensie), zal de impact des te groter zijn.
Voor mij kan "Revival" stante pede in de lijst van Kings meesterwerken worden bijgevoegd, hoewel het voor de grote massa misschien iets minder toegankelijk is dan bijvoorbeeld een "The Shining" of "Carrie". Grootse horrorliteratuur, die zoveel meer is dan de goedkope schrikeffecten waarvan zovele andere genreauteurs zich bedienen.
Stephen King: Revival. London, Hodder, 2015, 372 p.
Oorspr. uitgave: 2014
"The Great God Pan" van Arthur Machen
"All these things are but dreams and shadows. There is a real world, as beyond a veil. It may be strange, but it is true, and the ancients knew what lifting the veil means. They called it seeing the great god Pan."
Het was niemand minder dan Stephen King die dit boekje onder mijn aandacht bracht. Zijn boek "Revival" draagt hij namelijk op aan een hele reeks horrorauteurs die hem hebben beïnvloed, met een bijzondere opdracht
"(...) And ARTHUR MACHEN, whose short novel "The Great God Pan" has haunted me all my life."
Dokter Raymond is ervan overtuigd dat er achter de dunne sluier van onze wereld een andere wereld schuilt. Hij experimenteert op de jonge Mary om een blik achter die sluier te werpen. Die verborgen wereld blijkt zo angstaanjagend te zijn, dat iedereen die haar aanschouwt, sterft van pure angst, zelfmoord pleegt, of krankzinnig wordt.
Machen beschrijft nergens de horror op zich, maar laat zijn personages vertellen wat ze gezien of vernomen hebben. Dit schept een zekere afstand, die het mysterie enkel maar vergroot. Het zijn niet de gruwelijke gebeurtenissen zelf die angst aanjagen, maar de suggestie van de gruwel, die ieder van ons te wachten staat. Het is een techniek die bekend zal zijn bij lezers van de grote H.P. Lovecraft, die ook nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat hij erg beïnvloed was door Machen.
Het verhaal is meer dan honderd jaar oud en gratis op het internet te vinden, zowel in tekst- als in audioversie. Het voelt voor de moderne lezer wellicht een beetje gedateerd aan, maar dat 'creepy' sfeertje dat gecreëerd wordt, blijft echt wel hangen. Interessant ook om te zien waar auteurs als Lovecraft, King en bijvoorbeeld ook een Clive Barker de mosterd hebben gehaald.
Arthur Machen: The Great God Pan. Wildside Press, 2005, 82 p.
Oorspr. uitgave: 1894
Het was niemand minder dan Stephen King die dit boekje onder mijn aandacht bracht. Zijn boek "Revival" draagt hij namelijk op aan een hele reeks horrorauteurs die hem hebben beïnvloed, met een bijzondere opdracht
"(...) And ARTHUR MACHEN, whose short novel "The Great God Pan" has haunted me all my life."
Dokter Raymond is ervan overtuigd dat er achter de dunne sluier van onze wereld een andere wereld schuilt. Hij experimenteert op de jonge Mary om een blik achter die sluier te werpen. Die verborgen wereld blijkt zo angstaanjagend te zijn, dat iedereen die haar aanschouwt, sterft van pure angst, zelfmoord pleegt, of krankzinnig wordt.
Machen beschrijft nergens de horror op zich, maar laat zijn personages vertellen wat ze gezien of vernomen hebben. Dit schept een zekere afstand, die het mysterie enkel maar vergroot. Het zijn niet de gruwelijke gebeurtenissen zelf die angst aanjagen, maar de suggestie van de gruwel, die ieder van ons te wachten staat. Het is een techniek die bekend zal zijn bij lezers van de grote H.P. Lovecraft, die ook nooit onder stoelen of banken heeft gestoken dat hij erg beïnvloed was door Machen.
Het verhaal is meer dan honderd jaar oud en gratis op het internet te vinden, zowel in tekst- als in audioversie. Het voelt voor de moderne lezer wellicht een beetje gedateerd aan, maar dat 'creepy' sfeertje dat gecreëerd wordt, blijft echt wel hangen. Interessant ook om te zien waar auteurs als Lovecraft, King en bijvoorbeeld ook een Clive Barker de mosterd hebben gehaald.
Arthur Machen: The Great God Pan. Wildside Press, 2005, 82 p.
Oorspr. uitgave: 1894
Abonneren op:
Posts (Atom)






