(Ned: "Het tijdvergeten land")
"The thing raised its head and looked about until its eyes rested upon us; then it gave vent to a most appalling hiss that rose to the crescendo of a terrific shriek and came for us."
1916. Een Amerikaans schip wordt gekelderd door een Duitse onderzeeër. Bowen Tyler en de knappe Lys LaRue overleven, maar worden - samen met een groep Britten - gevangen genomen door de Duitse bemanning. De U-boot raakt echter uit koers en belandt op een afgelegen eiland, waar de tijd stil blijkt te hebben gestaan. Het wordt bevolkt door bloeddorstige dinosauriërs. In deze omgeving moeten Bowen & co. zien te overleven tussen de gevaren van de prehistorische monsters én de verraderlijke Duitsers.
Wanneer de avonturiers verder trekken, ontmoeten ze ook aapachtige wezens en hoe verder ze zich noordwaarts verplaatsen, hoe hoger de rassen ontwikkeld blijken te zijn. Dan wordt Lys ontvoerd door brute, Neanderthal-achtige wezens. Bowen verlaat de groep om Lys te bevrijden. Tijdens zijn zoektocht ontsluiert hij het geheim van het eiland.
Edgar Rice Burroughs plukte zijn ideeën rijkelijk uit de destijds populaire literatuur. "Tarzan" was duidelijk beïnvloed door "Jungle Book" en zijn "Pellucidar"-boeken werden geïnspireerd door Jules Vernes "Naar het middelpunt der aarde". Voor "The Land That Time Forgot" haalde hij zijn ideeën o.a. bij Arthur Conan Doyles "The Lost World". Steeds lukte het hem om die ideeën om te zetten in avontuurlijke, opwindende eigen verhalen. Zo ook "The Land That Time Forgot". Ja, dit werd bijna honderd jaar geleden geschreven en dat merk je. De taal is uiteraard niet modern, de "wetenschap" is achterhaald en het verhaal staat bol van de clichés en stereotypes: de boosaardige Duitsers, de hulpeloze "damsel-in-distress",... Dit was onvervalste pulp en destijds razend populair. Ik weet niet hoe "nieuwe" lezers zullen reageren op het werk van Burroughs, maar voor mij is dit pure nostalgie. Geweldig om te herlezen, dus.
Edgar Rice Burroughs: The Land That Time Forgot. New York, Ballentine Books, 1992
Oorspr. uitgave: 1918
vrijdag 25 september 2015
vrijdag 11 september 2015
"Tunnel in the Sky" van Robert A. Heinlein
“I’m talking about the real King of the Beasts, the only animal
that is always dangerous, even when not hungry. The two-legged brute…
Man is the one animal that can’t be tamed."
Robert Heinlein was een zeer veelzijdig sciencefictionschrijver. Sommige van zijn beste werken worden onder de 'juveniles' gerekend - tegenwoordig zouden we dat YA noemen. Concreet betekent dat gewoon dat de verhalen wat minder complex zijn, dat de hoofdpersonages vooral jong-volwassenen zijn en dat er minder seks en politiek in voorkomt dan in zijn 'volwassen' romans. "Tunnel in de Sky" is één van die 'juveniles'.
Het onderwijs in de toekomst wordt heel ernstig genomen: praten over een onderwerp is niet voldoende - je leert pas iets als je het aan den lijve ondervindt. Studenten die de cursus "Survival" volgen, mogen hun eindexamen dan ook letterlijk nemen: ze worden naar een geheime en gevaarlijke locatie gestuurd, waar ze tien dagen in barre omstandigheden en omringd door gevaarlijke fauna moeten zien te overleven - en lang niet iedereen keert levend weer.
Rod Walker is één van de studenten van Patrick Henry High School die via een ruimtetunnel naar een afgelegen planeet worden gezonden. Gesterkt door zijn uitstekende opleiding en geholpen door een aantal medestudenten, weet hij de tien dagen moeiteloos te overleven. Maar er blijkt iets te zijn foutgelopen. De studenten worden niet terug opgehaald en wanneer de tijd verstrijkt, lijkt het erop dat ze de rest van hun leven hier zullen moeten doorbrengen. Ze moeten nu een nieuw leven opbouwen, te midden van de vele gevaren: het helse klimaat, de mysterieuze en dodelijke 'stobor' - en elkaar.
Het uitgangspunt van deze roman doet sterk denken aan "Lord of the Flies" - geïsoleerd van de rest van de wereld, komt de ware aard van de jongeren naar boven. Maar waar Golding zijn personages laat degenereren tot een groepje wildemannen, laat Heinlein een heel wat positiever beeld van 'de mens' zien - zijn personages zijn wel in staat om een goed functionerende samenleving te creëren, hoewel dat ook lang niet zonder slag of stoot gaat. Of "Tunnel in the Sky" een rechtstreekse reactie is op Goldings klassieker, weet ik niet (de roman verscheen in 1955, een jaar na "Lord of the Flies"), maar het lijkt me wel waarschijnlijk. Enkele scènes aan het eind van het boek zouden zo als parodie op Goldings verwilderde jongens gezien kunnen worden.
Robert A. Heinlein: Tunnel in the Sky. New York, Del Rey, 1977, 214 p.
Oorspr. uitgave: 1955
Robert Heinlein was een zeer veelzijdig sciencefictionschrijver. Sommige van zijn beste werken worden onder de 'juveniles' gerekend - tegenwoordig zouden we dat YA noemen. Concreet betekent dat gewoon dat de verhalen wat minder complex zijn, dat de hoofdpersonages vooral jong-volwassenen zijn en dat er minder seks en politiek in voorkomt dan in zijn 'volwassen' romans. "Tunnel in de Sky" is één van die 'juveniles'.
Het onderwijs in de toekomst wordt heel ernstig genomen: praten over een onderwerp is niet voldoende - je leert pas iets als je het aan den lijve ondervindt. Studenten die de cursus "Survival" volgen, mogen hun eindexamen dan ook letterlijk nemen: ze worden naar een geheime en gevaarlijke locatie gestuurd, waar ze tien dagen in barre omstandigheden en omringd door gevaarlijke fauna moeten zien te overleven - en lang niet iedereen keert levend weer.
Rod Walker is één van de studenten van Patrick Henry High School die via een ruimtetunnel naar een afgelegen planeet worden gezonden. Gesterkt door zijn uitstekende opleiding en geholpen door een aantal medestudenten, weet hij de tien dagen moeiteloos te overleven. Maar er blijkt iets te zijn foutgelopen. De studenten worden niet terug opgehaald en wanneer de tijd verstrijkt, lijkt het erop dat ze de rest van hun leven hier zullen moeten doorbrengen. Ze moeten nu een nieuw leven opbouwen, te midden van de vele gevaren: het helse klimaat, de mysterieuze en dodelijke 'stobor' - en elkaar.
Het uitgangspunt van deze roman doet sterk denken aan "Lord of the Flies" - geïsoleerd van de rest van de wereld, komt de ware aard van de jongeren naar boven. Maar waar Golding zijn personages laat degenereren tot een groepje wildemannen, laat Heinlein een heel wat positiever beeld van 'de mens' zien - zijn personages zijn wel in staat om een goed functionerende samenleving te creëren, hoewel dat ook lang niet zonder slag of stoot gaat. Of "Tunnel in the Sky" een rechtstreekse reactie is op Goldings klassieker, weet ik niet (de roman verscheen in 1955, een jaar na "Lord of the Flies"), maar het lijkt me wel waarschijnlijk. Enkele scènes aan het eind van het boek zouden zo als parodie op Goldings verwilderde jongens gezien kunnen worden.
Robert A. Heinlein: Tunnel in the Sky. New York, Del Rey, 1977, 214 p.
Oorspr. uitgave: 1955
zaterdag 5 september 2015
"The Man Who Sold the Moon" van Robert A. Heinlein
(Ned.: "De man die de maan verkocht")
"The chart gives 1978 as the date for the first rocket to the moon; I will give anyone odds that 1978 is the wrong date, but I will not bet that it will not happen sooner." (Robert Heinlein, 1949)
Robert Heinlein was dan misschien niet de beste, maar zeker één van de belangrijkste sciencefictionauteurs ooit. In een tijd dat SF-verhalen nog meestal bestonden uit avontuurlijke verhalen waarin zap-geweren efficiënt gebruikt werden tegen boosaardige buitenaardse wezens, kwam Heinlein -ongeveer gelijktijdig met schrijvers als Asimov en Clarke- op de proppen met verhalen waarin de wetenschap realistischer werd en technologie een grotere rol ging spelen in de verhaalplots. Ook de mens achter al die technologische vooruitgang werd belangrijker.
Zo creëerde Heinlein een eigen, plausibele 'future history' (ook wel de 'Heinlein Timeline' genoemd): een tabel waarin hij een 'geschiedenis van de toekomst" uittekende op technologisch en sociologisch gebied. Heel wat van zijn verhalen gepubliceerd tussen 1939 en 1950 pasten netjes in dit geschiedenisoverzicht.
In de bundel "The Man Who Sold the Moon" worden de vroegste verhalen die in deze Future History thuishoren, gebundeld. Ze beschrijven de 'toekomst' tot ongeveer het jaar 2000 (tja, in die tijd was dat natuurlijk nog toekomstmuziek). In veel van de verhalen wordt vooral veel gepraat. De wetenschap evolueerde in die tijd zo snel, en dat gaf auteurs als Heinlein ongekende mogelijkheden om te speculeren. Hij liet zijn personages daar honderduit over vertellen. Die technologie mag nu dan wel achterhaald zijn, maar als je je kunt verplaatsen in de mens van de eerste helft van de vorige eeuw, herken je in die verhalen wel dat geweldige gevoel van optimisme over wat de toekomst te bieden heeft.
In het centrale verhaal in dit boek, de novelle "The Man Who Sold the Moon", verschijnt D.D. Harriman, die al sinds hij een kind was droomt om naar de maan te reizen. Heel zijn leven probeert hij alles in het werk te stellen om dat te verwezenlijken. Hij wordt een meedogenloze zakenman, die voor niets terugdeinst om zijn doel te bereiken. Grappig om te zien hoe Heinlein in dit verhaal uit 1949 zowel de eerste maanlanding al commerciële ruimtereizen voorspelde. In "Requiem" zien we Harriman terug als oude man, nog steeds dromend van die ruimtereis. Een ontroerend slot van een opmerkelijk boek.
Heinlein was één van de auteurs die mij in mijn jeugd SF leerde waarderen. Hoewel niet al zijn boeken nog steeds de moeite waard zijn, blijf ik hem graag lezen.
Robert A. Heinlein: The Man Who Sold the Moon. London, NEL, 1981
Oorspr. uitgave: 1950
"The chart gives 1978 as the date for the first rocket to the moon; I will give anyone odds that 1978 is the wrong date, but I will not bet that it will not happen sooner." (Robert Heinlein, 1949)
Robert Heinlein was dan misschien niet de beste, maar zeker één van de belangrijkste sciencefictionauteurs ooit. In een tijd dat SF-verhalen nog meestal bestonden uit avontuurlijke verhalen waarin zap-geweren efficiënt gebruikt werden tegen boosaardige buitenaardse wezens, kwam Heinlein -ongeveer gelijktijdig met schrijvers als Asimov en Clarke- op de proppen met verhalen waarin de wetenschap realistischer werd en technologie een grotere rol ging spelen in de verhaalplots. Ook de mens achter al die technologische vooruitgang werd belangrijker.
Zo creëerde Heinlein een eigen, plausibele 'future history' (ook wel de 'Heinlein Timeline' genoemd): een tabel waarin hij een 'geschiedenis van de toekomst" uittekende op technologisch en sociologisch gebied. Heel wat van zijn verhalen gepubliceerd tussen 1939 en 1950 pasten netjes in dit geschiedenisoverzicht.
In de bundel "The Man Who Sold the Moon" worden de vroegste verhalen die in deze Future History thuishoren, gebundeld. Ze beschrijven de 'toekomst' tot ongeveer het jaar 2000 (tja, in die tijd was dat natuurlijk nog toekomstmuziek). In veel van de verhalen wordt vooral veel gepraat. De wetenschap evolueerde in die tijd zo snel, en dat gaf auteurs als Heinlein ongekende mogelijkheden om te speculeren. Hij liet zijn personages daar honderduit over vertellen. Die technologie mag nu dan wel achterhaald zijn, maar als je je kunt verplaatsen in de mens van de eerste helft van de vorige eeuw, herken je in die verhalen wel dat geweldige gevoel van optimisme over wat de toekomst te bieden heeft.
In het centrale verhaal in dit boek, de novelle "The Man Who Sold the Moon", verschijnt D.D. Harriman, die al sinds hij een kind was droomt om naar de maan te reizen. Heel zijn leven probeert hij alles in het werk te stellen om dat te verwezenlijken. Hij wordt een meedogenloze zakenman, die voor niets terugdeinst om zijn doel te bereiken. Grappig om te zien hoe Heinlein in dit verhaal uit 1949 zowel de eerste maanlanding al commerciële ruimtereizen voorspelde. In "Requiem" zien we Harriman terug als oude man, nog steeds dromend van die ruimtereis. Een ontroerend slot van een opmerkelijk boek.
Heinlein was één van de auteurs die mij in mijn jeugd SF leerde waarderen. Hoewel niet al zijn boeken nog steeds de moeite waard zijn, blijf ik hem graag lezen.
Robert A. Heinlein: The Man Who Sold the Moon. London, NEL, 1981
Oorspr. uitgave: 1950
woensdag 2 september 2015
"Amok - Koning van Kongo" van Bernard L. Ross (Ken Follet)
(Oorspr. titel: "Amok - King of Legend")
"Toen zagen zij Amok. Hij zat hoog in de ophangingskabels van de brug, waar hij zich met twee voeten en één hand vasthield. In zijn andere hand hield hij Purity."
Zoöloog Harry Kaminsky is met een filmploeg in Afrika om een documentaire over olifanten op te nemen. Daar horen ze de inboorlingen spreken over de legendarische "Amok" - een gigantische godheid die in staat is om met één slag de ruggengraat van een olifant te breken. Geïntrigeerd door de verhalen, volgen ze het spoor van Amok, die een gigantische aap blijkt te zijn. Maar dan worden ze gevangengenomen door een groep pygmeeën, die de knappe regieassistente Purity offeren aan hun godheid Amok. Harry en zijn team moeten nu de jungle in om Purity uit de klauwen van de aap te halen. En ze zien meteen een mogelijkheid om het monster te vangen en het naar San Francisco te brengen om het daar aan het publiek te tonen.
Als deze samenvatting en de omslagillustratie je zouden doen vermoeden dat er meer dan een toevallige gelijkenis bestaat met het verhaal van die andere gigantische aap, heb je overvloed van gelijk. Een korte historiek.
In 1976 bracht John Guillermin zijn veelbesproken remake uit van "King Kong". Alle uitgeverijen zaten dan ook te azen op de publicatierechten van de oorspronkelijke roman van Edgar Wallace. Uitgeverij Futura viste achter het net en besloot dan maar om een jonge, beginnende auteur te vragen om een eigen roman te schrijven 'over een reusachtige aap'. Die auteur was niemand minder dan de toen nog onbekende Ken Follet en het resultaat was deze "Amok - King of Legend", dat gepubliceerd werd onder Follets pseudoniem Bernard L. Ross.
OK, het verhaal wijkt hier en daar wel een beetje af van "King Kong". Zo is er meer aandacht voor het ontstaan van het monster, is de aap geen gorilla, maar een gigantische slingeraap (wat dat betreft is de omslag nogal misleidend), en worden de avonturiers niet geconfronteerd met dinosaurussen, maar met reusachtige nijlpaarden, giraffen en leeuwen. Maar het blijft toch heel erg naar een zwaar geval van plagiaat ruiken.
Ik kan me voorstellen dat Ken Follet niet bepaald trots is op dit hackwerk. Bijster goed geschreven is het ook al niet. Maar gezien al het moois dat de auteur later heeft geproduceerd, denk ik dat we hem dit misbakseltje wel zullen kunnen vergeven.
Bernard L. Ross: Amok - Koning van Kongo. Rotterdam, Ridderhof, 1977, 232 blz.
"Toen zagen zij Amok. Hij zat hoog in de ophangingskabels van de brug, waar hij zich met twee voeten en één hand vasthield. In zijn andere hand hield hij Purity."
Zoöloog Harry Kaminsky is met een filmploeg in Afrika om een documentaire over olifanten op te nemen. Daar horen ze de inboorlingen spreken over de legendarische "Amok" - een gigantische godheid die in staat is om met één slag de ruggengraat van een olifant te breken. Geïntrigeerd door de verhalen, volgen ze het spoor van Amok, die een gigantische aap blijkt te zijn. Maar dan worden ze gevangengenomen door een groep pygmeeën, die de knappe regieassistente Purity offeren aan hun godheid Amok. Harry en zijn team moeten nu de jungle in om Purity uit de klauwen van de aap te halen. En ze zien meteen een mogelijkheid om het monster te vangen en het naar San Francisco te brengen om het daar aan het publiek te tonen.
Als deze samenvatting en de omslagillustratie je zouden doen vermoeden dat er meer dan een toevallige gelijkenis bestaat met het verhaal van die andere gigantische aap, heb je overvloed van gelijk. Een korte historiek.
In 1976 bracht John Guillermin zijn veelbesproken remake uit van "King Kong". Alle uitgeverijen zaten dan ook te azen op de publicatierechten van de oorspronkelijke roman van Edgar Wallace. Uitgeverij Futura viste achter het net en besloot dan maar om een jonge, beginnende auteur te vragen om een eigen roman te schrijven 'over een reusachtige aap'. Die auteur was niemand minder dan de toen nog onbekende Ken Follet en het resultaat was deze "Amok - King of Legend", dat gepubliceerd werd onder Follets pseudoniem Bernard L. Ross.
OK, het verhaal wijkt hier en daar wel een beetje af van "King Kong". Zo is er meer aandacht voor het ontstaan van het monster, is de aap geen gorilla, maar een gigantische slingeraap (wat dat betreft is de omslag nogal misleidend), en worden de avonturiers niet geconfronteerd met dinosaurussen, maar met reusachtige nijlpaarden, giraffen en leeuwen. Maar het blijft toch heel erg naar een zwaar geval van plagiaat ruiken.
Ik kan me voorstellen dat Ken Follet niet bepaald trots is op dit hackwerk. Bijster goed geschreven is het ook al niet. Maar gezien al het moois dat de auteur later heeft geproduceerd, denk ik dat we hem dit misbakseltje wel zullen kunnen vergeven.
Bernard L. Ross: Amok - Koning van Kongo. Rotterdam, Ridderhof, 1977, 232 blz.
zaterdag 29 augustus 2015
"Erfschuld" van Arnaldur Indridason
(Oorspr. titel: "Skuggasund")
"(...) hij dacht aan wat hij had geleerd in de tijd dat hij zijn eerste stappen als rechercheur zette. Onder geen enkele omstandigheid in het toeval geloven. Nooit."
Het is best frustrerend. Heb je net een voor jou nieuwe auteur ontdekt, van wie je wel meer wil lezen, en het lukt je niet om zijn naam te onthouden. Bovendien is het dan nog een naam die je met de beste wil van de wereld ook niet kunt uitspreken, ondanks de attente instructies vooraan in het boek. En dan blijk je met een standaard klavier ook nog niet eens in staat om de naam correct te schrijven. Het is me wat... Die auteur is Arnaldur Indridason (of zoiets) en hij zorgde bij mij voor een primeur: de eerste IJslandse schrijver die ik gelezen heb.
In zijn appartement in Reykjavík wordt een stokoude man vermoord aangetroffen. Al snel blijkt dat hij zich tijdens zijn laatste levensdagen had vastgebeten in een moordzaak die tientallen jaren geleden -tijdens de oorlogsjaren- heeft plaatsgevonden. Toen werd een jong meisje, verkracht en vermoord, teruggevonden in een steegje achter het Nationaal Theater. De oude man was destijds één van de agenten die de zaak onderzochten en oplosten, hoewel er steeds twijfel bleef bestaan over de ware toedracht van de zaak. Oud-rechercheur Konrad voelt zich geroepen om de politie te helpen de moord op te lossen, maar om de moordenaar te vinden zal hij eerst moeten uitzoeken wie zovele jaren geleden dat meisje van het leven heeft beroofd.
Het is weer eens wat anders - een misdaadverhaal dat volgestouwd is met oude tot zeer oude personages, hoewel we hen ook leren kennen tijdens hun jonge jaren. De genre-aanduiding 'literaire thriller' is hier wat mij betreft zeer misleidend. Ik zie hier geen thriller in, en met dat 'literair' heb ik altijd al moeite gehad. Ik neem aan dat 'literaire thriller' gewoon beter verkoopt dan 'geriatrisch misdaadverhaal', of hoe je deze roman ook zou kunnen bestempelen. Dit is dus gewoon een misdaad- of detectiveverhaal. Eentje dat heel meeslepend is, maar ik heb er niet bepaald bij zitten trillen. Ik hou echt wel van dit soort mysteries, waarbij de oplossing gevonden moet worden in een ver verleden. Wat dat betreft deed dit boek me wat denken aan één van mijn favoriete auteurs, Robert Goddard, hoewel dit rechtlijniger en minder complex is dan de boeken van Goddard. De ontknoping was voor mij niet echt verrassend, maar het verhaal kent voldoende plotwendingen én interessante personages om tot het einde te blijven boeien. Aanrader.
Arnaldur Indridason: Erfschuld. Amsterdam/Antwerpen, Querido, 2015, 271 blz.
Oorspr. uitgave: 2013
"(...) hij dacht aan wat hij had geleerd in de tijd dat hij zijn eerste stappen als rechercheur zette. Onder geen enkele omstandigheid in het toeval geloven. Nooit."
Het is best frustrerend. Heb je net een voor jou nieuwe auteur ontdekt, van wie je wel meer wil lezen, en het lukt je niet om zijn naam te onthouden. Bovendien is het dan nog een naam die je met de beste wil van de wereld ook niet kunt uitspreken, ondanks de attente instructies vooraan in het boek. En dan blijk je met een standaard klavier ook nog niet eens in staat om de naam correct te schrijven. Het is me wat... Die auteur is Arnaldur Indridason (of zoiets) en hij zorgde bij mij voor een primeur: de eerste IJslandse schrijver die ik gelezen heb.
In zijn appartement in Reykjavík wordt een stokoude man vermoord aangetroffen. Al snel blijkt dat hij zich tijdens zijn laatste levensdagen had vastgebeten in een moordzaak die tientallen jaren geleden -tijdens de oorlogsjaren- heeft plaatsgevonden. Toen werd een jong meisje, verkracht en vermoord, teruggevonden in een steegje achter het Nationaal Theater. De oude man was destijds één van de agenten die de zaak onderzochten en oplosten, hoewel er steeds twijfel bleef bestaan over de ware toedracht van de zaak. Oud-rechercheur Konrad voelt zich geroepen om de politie te helpen de moord op te lossen, maar om de moordenaar te vinden zal hij eerst moeten uitzoeken wie zovele jaren geleden dat meisje van het leven heeft beroofd.
Het is weer eens wat anders - een misdaadverhaal dat volgestouwd is met oude tot zeer oude personages, hoewel we hen ook leren kennen tijdens hun jonge jaren. De genre-aanduiding 'literaire thriller' is hier wat mij betreft zeer misleidend. Ik zie hier geen thriller in, en met dat 'literair' heb ik altijd al moeite gehad. Ik neem aan dat 'literaire thriller' gewoon beter verkoopt dan 'geriatrisch misdaadverhaal', of hoe je deze roman ook zou kunnen bestempelen. Dit is dus gewoon een misdaad- of detectiveverhaal. Eentje dat heel meeslepend is, maar ik heb er niet bepaald bij zitten trillen. Ik hou echt wel van dit soort mysteries, waarbij de oplossing gevonden moet worden in een ver verleden. Wat dat betreft deed dit boek me wat denken aan één van mijn favoriete auteurs, Robert Goddard, hoewel dit rechtlijniger en minder complex is dan de boeken van Goddard. De ontknoping was voor mij niet echt verrassend, maar het verhaal kent voldoende plotwendingen én interessante personages om tot het einde te blijven boeien. Aanrader.
Arnaldur Indridason: Erfschuld. Amsterdam/Antwerpen, Querido, 2015, 271 blz.
Oorspr. uitgave: 2013
"De vlucht van de Capricorn" van Ron Goulart
(Oorspr. titel: "Capricorn One")
"Dus welke weg staat alleen nog maar voor hen open? Ze moeten ervoor zorgen dat niemand ons ooit levend terugziet."
"De vlucht van de Capricorn" is de novelisatie van de bijna vergeten film "Capricorn One" van Peter Hyams uit 1978. Opvallend is dat van "Capricorn One" maar liefst twee romanbewerkingen verschenen zijn. In de V.S. verscheen dit boek van Ron Goulart, in het V.K. schreef niemand minder dan de toen nog onbekende Ken Follett (onder het pseudoniem Bernard L. Ross) zijn eigen versie.
Drie astronauten staan klaar om de grootste reis uit de menselijke geschiedenis te ondernemen: zij zullen de eerste mensen zijn die een voet op Mars zetten. Het is een belangrijke onderneming. Het succes ervan moet garanderen dat er nog voldoende zal worden geïnvesteerd in het ruimtevaartprogramma. Maar vlak voor de lancering worden de astronauten afgevoerd naar een afgelegen locatie in de woestijn. Ze worden gedwongen om de hele reis van de Capricorn van op deze locatie te simuleren en de hele wereldbevolking op die manier te bedriegen. Voor de astronauten wordt echter al snel duidelijk dat ze het hele avontuur niet mogen overleven.
Hoewel dit meer een actiethriller is dan een sf-verhaal, werd dit boek destijds uitgebracht in de bijzonder interessante en veelzijdige Zwarte Beertjes SF-reeks van Bruna. Daarin werd, naast de belangrijkste auteurs uit het genre, af en toe ook de grootste pulp gepubliceerd (waarbij ik 'pulp' helemaal niet als negatief beschouw). Dit boek behoort duidelijk tot het laatste. Vaak proberen auteurs van novelisaties iets toe te voegen aan de filmversie: personages worden uitgediept, krijgen een achtergrond en de motivatie voor hun handelen wordt verduidelijkt. Niet in dit boekje, echter. Goulart vertelt gewoon het verhaaltje; enige diepgang of inzicht in de personages is ver te zoeken. Niet veel te vertellen over dit boekje, dus. Goed voor enkele uurtjes aangenaam tijdverdrijf, maar het zal even snel vergeten zijn.
Ron Goulart: De vlucht van de Capricorn. Utrecht/Antwerpen, Bruna, 1979, 188 blz.
Oorspr. uitgave: 1978
"Dus welke weg staat alleen nog maar voor hen open? Ze moeten ervoor zorgen dat niemand ons ooit levend terugziet."
"De vlucht van de Capricorn" is de novelisatie van de bijna vergeten film "Capricorn One" van Peter Hyams uit 1978. Opvallend is dat van "Capricorn One" maar liefst twee romanbewerkingen verschenen zijn. In de V.S. verscheen dit boek van Ron Goulart, in het V.K. schreef niemand minder dan de toen nog onbekende Ken Follett (onder het pseudoniem Bernard L. Ross) zijn eigen versie.
Drie astronauten staan klaar om de grootste reis uit de menselijke geschiedenis te ondernemen: zij zullen de eerste mensen zijn die een voet op Mars zetten. Het is een belangrijke onderneming. Het succes ervan moet garanderen dat er nog voldoende zal worden geïnvesteerd in het ruimtevaartprogramma. Maar vlak voor de lancering worden de astronauten afgevoerd naar een afgelegen locatie in de woestijn. Ze worden gedwongen om de hele reis van de Capricorn van op deze locatie te simuleren en de hele wereldbevolking op die manier te bedriegen. Voor de astronauten wordt echter al snel duidelijk dat ze het hele avontuur niet mogen overleven.
Hoewel dit meer een actiethriller is dan een sf-verhaal, werd dit boek destijds uitgebracht in de bijzonder interessante en veelzijdige Zwarte Beertjes SF-reeks van Bruna. Daarin werd, naast de belangrijkste auteurs uit het genre, af en toe ook de grootste pulp gepubliceerd (waarbij ik 'pulp' helemaal niet als negatief beschouw). Dit boek behoort duidelijk tot het laatste. Vaak proberen auteurs van novelisaties iets toe te voegen aan de filmversie: personages worden uitgediept, krijgen een achtergrond en de motivatie voor hun handelen wordt verduidelijkt. Niet in dit boekje, echter. Goulart vertelt gewoon het verhaaltje; enige diepgang of inzicht in de personages is ver te zoeken. Niet veel te vertellen over dit boekje, dus. Goed voor enkele uurtjes aangenaam tijdverdrijf, maar het zal even snel vergeten zijn.
Ron Goulart: De vlucht van de Capricorn. Utrecht/Antwerpen, Bruna, 1979, 188 blz.
Oorspr. uitgave: 1978
"Killer of Men" van Christian Cameron
"They should have killed the husband. Because that night, Ephesus changed sides, and the Ionian Revolt began, in a corridor in the women's quarters. The Long War. And like the Trojan War, it started over a woman."
"Killer of Men", het eerste deel van de "Long War"-serie, speelt zich af in de zesde eeuw voor Christus. Arimnestos is de zoon van een smid, die niets liever zou willen dan zijn vader opvolgen. Door omstandigheden wordt hij echter naar een oude krijger gestuurd, die hem opleidt tot een echte 'doder'. Hij onderscheidt zich in een aantal veldslagen, maar in één van die gevechten wordt hij verraden door een familielid en raakt hij buiten bewustzijn. Hij ontwaakt in de door de Perzen gecontroleerde Griekse stad Efeze - als slaaf. Daar ontmoet hij een aantal historische figuren als Heraclitus, Hipponax en Aristagoras en raakt hij betrokken in de "Lange Oorlog": de strijd tussen de Grieken en de Perzen. Arimnestos zal alles doen om zijn vrijheid te herwinnen en terug te keren naar zijn geboorteplaats, waar hij zijn erfrecht wil opeisen.
Ik lees bijzonder graag historische fictie, ook als het gaat over zgn. militaire historische fictie, een genre waar dit boek toe behoort. Voor mij is het belangrijkste hoe je kunt inleven in de personages en dan moeten deze personages ook sterk en interessant zijn. Daar schort het wel eens in dit genre: te veel gevechten en te weinig ontwikkeling van de personages maken voor mij al snel een boek saai. Niet bij Christian Cameron echter. Hoewel de balans toch wel duidelijk overslaat naar grootse veldslagen en bloederige slachtpartijen, is er voldoende variatie en is zijn Arimnestos een heel interessant personage, waardoor ik echt wel met hem kon meeleven. Ik ga zeker de vervolgen lezen.
Christian Cameron: Killer of Men. London, Orion, 2010, 411 p.
"Killer of Men", het eerste deel van de "Long War"-serie, speelt zich af in de zesde eeuw voor Christus. Arimnestos is de zoon van een smid, die niets liever zou willen dan zijn vader opvolgen. Door omstandigheden wordt hij echter naar een oude krijger gestuurd, die hem opleidt tot een echte 'doder'. Hij onderscheidt zich in een aantal veldslagen, maar in één van die gevechten wordt hij verraden door een familielid en raakt hij buiten bewustzijn. Hij ontwaakt in de door de Perzen gecontroleerde Griekse stad Efeze - als slaaf. Daar ontmoet hij een aantal historische figuren als Heraclitus, Hipponax en Aristagoras en raakt hij betrokken in de "Lange Oorlog": de strijd tussen de Grieken en de Perzen. Arimnestos zal alles doen om zijn vrijheid te herwinnen en terug te keren naar zijn geboorteplaats, waar hij zijn erfrecht wil opeisen.
Ik lees bijzonder graag historische fictie, ook als het gaat over zgn. militaire historische fictie, een genre waar dit boek toe behoort. Voor mij is het belangrijkste hoe je kunt inleven in de personages en dan moeten deze personages ook sterk en interessant zijn. Daar schort het wel eens in dit genre: te veel gevechten en te weinig ontwikkeling van de personages maken voor mij al snel een boek saai. Niet bij Christian Cameron echter. Hoewel de balans toch wel duidelijk overslaat naar grootse veldslagen en bloederige slachtpartijen, is er voldoende variatie en is zijn Arimnestos een heel interessant personage, waardoor ik echt wel met hem kon meeleven. Ik ga zeker de vervolgen lezen.
Christian Cameron: Killer of Men. London, Orion, 2010, 411 p.
Abonneren op:
Reacties (Atom)








