zaterdag 31 oktober 2015

"Het Kaïnsteken" van Jo Claes

"'Herinneringen kleven niet aan gebouwen,' antwoordde de vreemdeling koud. 'Herinneringen kleven aan het geheugen en het geweten van mensen.'"

Monte San Lorenzo is een typisch rustig, Toscaans dorpje. De inwoners kennen elkaar door en door en er wordt heel wat geroddeld. We volgen enkelen van hen: de stokoude pastoor, de dolverliefde kapper, de jonge weduwe, de overspelige burgemeester,... Al gauw blijkt dat een gebeurtenis van vele jaren geleden als een donkere schaduw over het dorpje hangt. Wanneer een mysterieuze vreemdeling in het dorpje verschijnt, die de ruïne van de oude synagoge wil ombouwen tot een hotel, wordt Monte San Lorenzo opnieuw geconfronteerd met dat duistere verleden.

Na "De dwaling" en "Postume dood" is dit de derde literaire roman van Jo Claes die ik lees - een serie boeken die hij schreef voor hij aan de misdaadboeken rond inspecteur Thomas Berg begon. Eén thema komt in elk van die boeken terug: het hoofdpersonage dat een zwaar persoonlijk verlies lijdt en zijn leven omgooit om te proberen daarmee om te gaan. In "Het Kaïnsteken" is dat de joodse Tom Rinkeveen, die twee grote verliezen probeert te boven te komen. Daarvoor trekt hij, zonder dat hij zelf helemaal beseft waarom, naar het geboortedorp van zijn moeder.

Verwacht van deze boeken van Claes geen simpel verhaaltje, met een afgeronde conclusie. De eenvoudige structuur en de heldere taal zijn wat dit betreft wat misleidend. Als lezer moet je echt wel je weg zoeken in de informatie die Claes aanreikt, om helemaal te begrijpen wat er speelt. Ik vond dit boek minder sterk dan "Postume dood" en zeker "De dwaling", maar de symboliek die Claes telkens in zijn romans verwerkt, maakt dit toch weer tot een boeiend werkje.

Jo Claes: Het Kaïnsteken. Antwerpen/Baarn, Houtekiet, 1994, 159 blz.

vrijdag 30 oktober 2015

"The Eyeless" van Lance Parkin

"The Doctor nodded. His attention wandered back to the Fortress. He needed to get on with what he'd come here to do."

De Doctor arriveert tussen de ruïnes van de stad Arcopolis. Hij is daar om een bijzonder krachtig wapen uit te schakelen -  een wapen dat jaren geleden niet enkel de bevolking van Arcopolis heeft uitgeroeid, maar het potentieel heeft om ravage aan te richten in het gehele universum. Maar er blijken overlevenden te zijn van de catastrofe. En sommigen van hen hebben andere plannen met het wapen. Op de koop toe verschijnen ook mysterieuze wezens ten tonele, die zich The Eyeless noemen en die hun eigen agenda hebben. Voor de Doctor wordt de vernietiging van het wapen plots heel wat dringender.

Doctor Who is één van mijn 'guilty pleasures'. Ik mis geen enkele aflevering van de tv-serie en ik lees af en toe ook graag al eens een roman die op de reeks gebaseerd is. De tie-ins verschenen vroeger zeer frequent (wel twee per maand), en werden door de fans zeer geapprecieerd in de lange jaren dat er geen 'Doctor Who' op tv kwam. Daar zaten dan ook echt wel pareltjes tussen. Echte sciencefiction, die het niveau van de doorsnee tie-infictie vaak ver overtrof. Toen in 2005 de nieuwe serie uitkwam, veranderde uitgever BBC Books ook het concept van de romans. De boeken werden heel wat minder complex en moesten nu ook een ander, lees: jonger, publiek kunnen bekoren. Sindsdien is het niet meer wat het geweest is. 'The Eyeless' is wel een van de betere 'moderne' romans: de typering van de Doctor is heel goed, en het verhaaltje is onderhoudend. Niet meer, niet minder.  Maar ik mis wel de oude reeksen van Virgin en BBC Books.

Lance Parkin: The Eyeless. BBC Books, 2008, 249 p.

woensdag 28 oktober 2015

"The First Americans" van J.M. Adovasio (met Jake Page)

"But here they were, two apparently firm dates that would completely change my life."

Nog eens een non-fictieboek vastgenomen en dan grijp ik al gemakkelijk naar iets over één van mijn grote hobby's: cultuur en geschiedenis van de Amerikaanse indianen. In dit geval gaat het om een boek dat focust op de archeologie die zich bezighoudt met de vraag wie de eerste Amerikanen waren, waar ze vandaan kwamen en wanneer ze in Amerika terecht zijn gekomen.

Het antwoord is niet in enkele regeltjes samen te vatten en de meningen erover zijn -op z'n zachtst gezegd- nogal verdeeld. J.M. Adovasio, zelf een befaamd archeoloog, geeft een helder overzicht van de evolutie van de Amerikaanse archeologie en zo leren we net zo veel, zo niet meer, over de vele wetenschappers die zich pakweg de laatste 200 jaar aan dit complexe vraagstuk hebben gewaagd, als over de eerste Amerikanen zelf. Het is een verhaal van nijd, jaloezie en scheldpartijen tussen wetenschappers van verschillende strekkingen. Een ware archeologen-oorlog, dus.  Zelf Louis Leakey, de archeoloog en paleontoloog die waarschijnlijk de belangrijkste bijdagen heeft geleverd aan het onderzoek naar de oorsprong van de mens in Afrika, beet zijn tanden stuk op het 'Amerikaanse' vraagstuk.

James Adovasio heeft zelf een belangrijke bijdrage geleverd in de discussie, vooral door zijn onderzoek van de site in Meadowcroft, en daarom is dit werk waarschijnlijk niet volledig objectief. Maar zijn argumenten en bewijsvoering klinken in ieder geval overtuigend. "The First Americans" is een populair-wetenschappelijk werk dat erg vlot leest. De auteurs weten soms bijzonder moeilijke materie op een heel begrijpelijke manier uit te leggen.  Bovendien is het op een onderhoudende, soms zelfs geestige manier geschreven.  Een aanrader voor wie in de materie geïnteresseerd is.

J.M. Adovasio with Jake Page: The First Americans - In Pursuit of Arcaeology's Greatest Mysteries. New York, Modern Library, 2002, 330 p.

zondag 18 oktober 2015

"All Flesh is Grass" van Clifford D. Simak

"I wasn't driving fast and there was a lot of room for the truck to pass me, and there was not a thing to hit - and then I did hit something"

Als uit het niets verschijnt er rond een klein Amerikaans stadje een onzichtbare koepel. Niemand kan de stad meer binnen - of buiten. Zonder contact met de buitenwereld zijn de dorpsbewoners op zichzelf aangewezen. De isolatie confronteert hen met elkaar... en met zichzelf.

Het zou een korte inleiding over "Under the Dome" van Stephen King kunnen zijn, maar dit gaat wel degelijk over "All Flesh is Grass" van de Amerikaanse sciencefictionschrijver Clifford D. Simak, dat in 1965 werd gepubliceerd. Het lijkt waarschijnlijk dat King, als kenner van oude sciencefiction en horror, wel op de hoogte was van Simaks boek. Kunnen we dus van plagiaat spreken?

Ach, King stofte wel eens eerder oude concepten af, om er dan iets totaal nieuws van te maken. Niet als lijkenpikkerij, maar als eerbetoon en het lijkt mij niet ondenkbaar dat dat hier ook het geval is. Bovendien is het enkel het uitgangspunt dat gelijk is - "Under the Dome" en "All Flesh is Grass" zijn twee totaal verschillende romans. Verwacht geen horrortoestanden of krankzinnige personages die anderen afslachten. Neen, dat was niet het soort schrijver dat Simak was. Zijn personages zijn veel geloofwaardiger, en menselijker. Een vuistgevecht tussen twee heethoofden is dan ook het meest gewelddadige dat je hier zult vinden. Simak schreef vooral ideeënromans, en aan ideeën ontbreekt het dan ook niet.

Een buitenaards ras sluit het stadje Milville volledig af van de buitenwereld. Niet dat ze daar slechte bedoelingen mee hebben - het is een experiment, waarmee ze de mensheid willen zien te doorgronden, en hen hun kennis aan te bieden in ruil voor samenwerking.  Maar dan ze hadden geen rekening gehouden met de vijandigheid van het menselijke ras. Brad Carter, een mislukt immobiliënmakelaar uit Milville, wordt door de wezens aangezocht om verbindingspersoon te spelen tussen hen en de mensheid. Maar ook hij bijt zijn tanden stuk op het onbegrip en de domheid van zijn soortgenoten.

Simak was nooit de meest opwindende sciencefictionschrijver van zijn generatie. Een wat gezapige stijl - echt veel gebeurt er niet. Dit boek voelt ook wat verouderd aan, en ik kan me voorstellen dat jongere lezers zich hier wellicht niet door aangesproken voelen. Maar dit is het soort boeken waarmee ik opgegroeid ben, en iets lezen van die Golden Age-generatie, voelt voor mij steeds weer als thuiskomen. "All Flesh is Grass" mag dan misschien niet Simaks allerbeste werk zijn, toch vond ik dit best een onderhoudende roman.

Clifford D. Simak: All Flesh is Grass. London, Methuen, 1985, 255 p.
Oorspr. uitgave: 1965


vrijdag 25 september 2015

"The Land That Time Forgot" van Edgar Rice Burroughs

(Ned: "Het tijdvergeten land")

"The thing raised its head and looked about until its eyes rested upon us; then it gave vent to a most appalling hiss that rose to the crescendo of a terrific shriek and came for us."

1916. Een Amerikaans schip wordt gekelderd door een Duitse onderzeeër. Bowen Tyler en de knappe Lys LaRue overleven, maar worden - samen met een groep Britten - gevangen genomen door de Duitse bemanning. De U-boot raakt echter uit koers en belandt op een afgelegen eiland, waar de tijd stil blijkt te hebben gestaan. Het wordt bevolkt door bloeddorstige dinosauriërs. In deze omgeving moeten Bowen & co. zien te overleven tussen de gevaren van de prehistorische monsters én de verraderlijke Duitsers.

Wanneer de avonturiers verder trekken, ontmoeten ze ook aapachtige wezens en hoe verder ze zich noordwaarts verplaatsen, hoe hoger de rassen ontwikkeld blijken te zijn. Dan wordt Lys ontvoerd door brute, Neanderthal-achtige wezens. Bowen verlaat de groep om Lys te bevrijden. Tijdens zijn zoektocht ontsluiert hij het geheim van het eiland.

Edgar Rice Burroughs plukte zijn ideeën rijkelijk uit de destijds populaire literatuur. "Tarzan" was duidelijk beïnvloed door "Jungle Book" en zijn "Pellucidar"-boeken werden geïnspireerd door Jules Vernes "Naar het middelpunt der aarde". Voor "The Land That Time Forgot" haalde hij zijn ideeën o.a. bij Arthur Conan Doyles "The Lost World". Steeds lukte het hem om die ideeën om te zetten in avontuurlijke, opwindende eigen verhalen. Zo ook "The Land That Time Forgot". Ja, dit werd bijna honderd jaar geleden geschreven en dat merk je. De taal is uiteraard niet modern, de "wetenschap" is achterhaald en het verhaal staat bol van de clichés en stereotypes: de boosaardige Duitsers, de hulpeloze "damsel-in-distress",... Dit was onvervalste pulp en destijds razend populair. Ik weet niet hoe "nieuwe" lezers zullen reageren op het werk van Burroughs, maar voor mij is dit pure nostalgie. Geweldig om te herlezen, dus.

Edgar Rice Burroughs: The Land That Time Forgot. New York, Ballentine Books, 1992
Oorspr. uitgave: 1918

vrijdag 11 september 2015

"Tunnel in the Sky" van Robert A. Heinlein

“I’m talking about the real King of the Beasts, the only animal that is always dangerous, even when not hungry. The two-legged brute… Man is the one animal that can’t be tamed."

Robert Heinlein was een zeer veelzijdig sciencefictionschrijver. Sommige van zijn beste werken worden onder de 'juveniles' gerekend - tegenwoordig zouden we dat YA noemen. Concreet betekent dat gewoon dat de verhalen wat minder complex zijn, dat de hoofdpersonages vooral jong-volwassenen zijn en dat er minder seks en politiek in voorkomt dan in zijn 'volwassen' romans. "Tunnel in de Sky" is één van die 'juveniles'.

Het onderwijs in de toekomst wordt heel ernstig genomen: praten over een onderwerp is niet voldoende - je leert pas iets als je het aan den lijve ondervindt. Studenten die de cursus "Survival" volgen, mogen hun eindexamen dan ook letterlijk nemen: ze worden naar een geheime en gevaarlijke locatie gestuurd, waar ze tien dagen in barre omstandigheden en omringd door gevaarlijke fauna moeten zien te overleven - en lang niet iedereen keert levend weer.

Rod Walker is één van de studenten van Patrick Henry High School die via een ruimtetunnel naar een afgelegen planeet worden gezonden. Gesterkt door zijn uitstekende opleiding en geholpen door een aantal medestudenten, weet hij de tien dagen moeiteloos te overleven. Maar er blijkt iets te zijn foutgelopen. De studenten worden niet terug opgehaald en wanneer de tijd verstrijkt, lijkt het erop dat ze de rest van hun leven hier zullen moeten doorbrengen. Ze moeten nu een nieuw leven opbouwen, te midden van de vele gevaren: het helse klimaat, de mysterieuze en dodelijke 'stobor' - en elkaar.

Het uitgangspunt van deze roman doet sterk denken aan "Lord of the Flies" - geïsoleerd van de rest van de wereld, komt de ware aard van de jongeren naar boven. Maar waar Golding zijn personages laat degenereren tot een groepje wildemannen, laat Heinlein een heel wat positiever beeld van 'de mens' zien - zijn personages zijn wel in staat om een goed functionerende samenleving te creëren, hoewel dat ook lang niet zonder slag of stoot gaat. Of "Tunnel in the Sky" een rechtstreekse reactie is op Goldings klassieker, weet ik niet (de roman verscheen in 1955, een jaar na "Lord of the Flies"), maar het lijkt me wel waarschijnlijk. Enkele scènes aan het eind van het boek zouden zo als parodie op Goldings verwilderde jongens gezien kunnen worden.

Robert A. Heinlein: Tunnel in the Sky. New York, Del Rey, 1977, 214 p.
Oorspr. uitgave: 1955

zaterdag 5 september 2015

"The Man Who Sold the Moon" van Robert A. Heinlein

(Ned.: "De man die de maan verkocht")

"The chart gives 1978 as the date for the first rocket to the moon; I will give anyone odds that 1978 is the wrong date, but I will not bet that it will not happen sooner." (Robert Heinlein, 1949)

Robert Heinlein was dan misschien niet de beste, maar zeker één van de belangrijkste sciencefictionauteurs ooit. In een tijd dat SF-verhalen nog meestal bestonden uit avontuurlijke verhalen waarin zap-geweren efficiënt gebruikt werden tegen boosaardige buitenaardse wezens, kwam Heinlein -ongeveer gelijktijdig met schrijvers als Asimov en Clarke- op de proppen met verhalen waarin  de wetenschap realistischer werd en technologie een grotere rol ging spelen in de verhaalplots. Ook de mens achter al die technologische vooruitgang werd belangrijker.

Zo creëerde Heinlein een eigen, plausibele 'future history' (ook wel de 'Heinlein Timeline' genoemd): een tabel waarin hij een 'geschiedenis van de toekomst" uittekende op technologisch en sociologisch gebied. Heel wat van zijn verhalen gepubliceerd tussen 1939 en 1950 pasten netjes in dit geschiedenisoverzicht.

In de bundel "The Man Who Sold the Moon" worden de vroegste verhalen die in deze Future History thuishoren, gebundeld. Ze beschrijven de 'toekomst' tot ongeveer het jaar 2000 (tja, in die tijd was dat natuurlijk nog toekomstmuziek). In veel van de verhalen wordt vooral veel gepraat. De wetenschap evolueerde in die tijd zo snel, en dat gaf auteurs als Heinlein ongekende mogelijkheden om te speculeren. Hij liet zijn personages daar honderduit over vertellen. Die technologie mag nu dan wel achterhaald zijn, maar als je je kunt verplaatsen in de mens van de eerste helft van de vorige eeuw, herken je in die verhalen wel dat geweldige gevoel van optimisme over wat de toekomst te bieden heeft.

In het centrale verhaal in dit boek, de novelle "The Man Who Sold the Moon", verschijnt D.D. Harriman, die al sinds hij een kind was droomt om naar de maan te reizen. Heel zijn leven probeert hij alles in het werk te stellen om dat te verwezenlijken. Hij wordt een meedogenloze zakenman, die voor niets terugdeinst om zijn doel te bereiken. Grappig om te zien hoe Heinlein in dit verhaal uit 1949 zowel de eerste maanlanding al commerciële ruimtereizen voorspelde. In "Requiem" zien we Harriman terug als oude man, nog steeds dromend van die ruimtereis. Een ontroerend slot van een opmerkelijk boek.

Heinlein was één van de auteurs die mij in mijn jeugd SF leerde waarderen. Hoewel niet al zijn  boeken nog steeds de moeite waard zijn, blijf ik hem graag lezen.

Robert A. Heinlein: The Man Who Sold the Moon. London, NEL, 1981
Oorspr. uitgave: 1950