zaterdag 21 november 2015

"The Inimitable Jeeves" van P.G. Wodehouse

“'- Good Lord, Jeeves! Is there anything you don’t know?’ 
- 'I couldn’t say, sir.'”

Ik hou van afwisseling in mijn lectuur. Het gebeurt dan ook zelden dat ik twee boeken van eenzelfde genre achter elkaar lees, laat staan van dezelfde auteur. Na een thriller, een fantasyroman en non-fictie over archeologie, vond ik dat het tijd was om nog eens iets komisch te lezen. Eentje van een van de grootmeesters: P.G. Wodehouse.

"The Inimitable Jeeves" vertelt de lotgevallen van Bertie Wooster, een jongeman uit de Britse hogere klasse, en zijn butler Jeeves. Het is eigenlijk geen roman, maar een verzameling van losjes aan elkaar gelinkte kortverhalen. Als er al een rode draad is, is dat Berties ontzagwekkende tante Agatha, die hem tegen wil en dank probeert te koppelen aan wat voor haar aanvaardbare jongedames zijn. Gelukkig is daar steeds Jeeves, die voor elk probleem een pasklare oplossing lijkt te hebben.

"The Inimitable Jeeves" is het eerste in een lange reeks boeken over het onnavolgbare tweetal, hoewel het niet de oudste verhalen bevat. Een mooi staaltje van typisch Britse humor, die mij geweldig goed ligt. Bijzonder geestig en, hoewel de verhalen al bijna een eeuw oud zijn, zeer vlot leesbaar. Een pareltje.

P.G. Wodehouse: The Inimitable Jeeves. London, Arrow, 2008, 253 p.
Oorspr. uitgave: 1923

dinsdag 10 november 2015

"Trifla" van Sterre Carron


"Ze had veel zin om het uit te schreeuwen. Maar haar schreeuw werd onderdrukt. Immers, ze had zoveel schreeuwen vanbinnen."

Als je thrillerschrijfster Sterre Carron mag geloven, loopt het in en rond Mechelen vol met moordzuchtige psychopaten. Tot hiertoe hadden die het vooral gemunt op vrouwen en kinderen, maar hoe lang kan het duren vooraleer de auteur haar duivels loslaat op anderen? Al te kritische recensenten, om maar wat te noemen.

In "Trifla" verdwijnen enkele vrouwen spoorloos. Voor de lezer wordt het snel duidelijk dat ze ontvoerd werden door weer een van die psychopaten, maar hoofdinspecteur en kersverse moeder Rani Diaz en haar team staan voor een raadsel. Zij moeten zien uit te vissen wat de verdwijningen met elkaar te maken hebben en wie ervoor verantwoordelijk is. Juist, dat klinkt allemaal heel herkenbaar, maar originaliteit moet je in dit soort thrillers dan ook niet zoeken. Het is aan de auteur om deze herkenbare elementen zo te gebruiken dat de lezer geboeid blijft lezen, dat hij om de personages kan geven en met hen kan meeleven. Dan pas kan er echte spanning zijn. En dat lukt Sterre Carron met verve.

"Trifla" is alweer het vierde boek rond Rani Diaz en met deze roman neemt Carron nog maar eens een flinke sprong vooruit vergeleken met haar eerste drieluik. De taal is iets rijker, de personages meer uitgewerkt... Dat alles brengt met zich mee dat "Trifla" wat meer diepgang heeft dan de voorgangers, zonder dat het daarbij aan leesbaarheid moet inboeten. Het verhaal is spannend, schokkend zelfs. Niet enkel door de grafische beschrijvingen van de gruwelen die de slachtoffers moeten ondergaan, maar ook door ... Neen, ik ga niet te veel vertellen. Het volstaat om te zeggen dat Rani Diaz, na alle persoonlijke ellende die ze in de voorgaande boeken moest doorstaan, ook nu weer niet bepaald gespaard blijft.

Wie mijn recensies van Sterre Carrons vorige werken heeft gelezen, weet dat ik mijn bedenkingen had bij haar soms wat vreemde woordkeuze en dat, wat spelling betreft, vooral de komma's een eigen leventje leken te leiden. Ik ben blij om te melden dat ik na het lezen van "Trifla" weinig klachten heb over dat taalgebruik en dat de komma's hier uitstekend hun werk doen. Ook hier een stap voorwaarts, dus.

Aanrader voor wie houdt van vlotte, spannende thrillers zonder al te veel pretentie.

Sterre Carron: Trifla. Witsand, 2015, 354 blz.


zondag 8 november 2015

"The Name of the Wind" van Patrick Rothfuss

(Ned.: "De naam van de wind")

“Do not mistake me for my mask. You see light dappling on the water and forget the deep, cold dark beneath.”

Er bestaan nogal wat clichés in de fantasyliteratuur. Ook "The Name of the Wind", het debuut van Patrick Rothfuss, ontsnapt daar niet aan. Een openingsscène in een herberg. Check. Het hoofdpersonage is een wees. Check. De jongeman blijkt over uitzonderlijke talenten te beschikken. Check. Hij gaat in de leer bij een leermeester. Check. De held-in-wording heeft steeds goede bedoelingen, maar wordt misbegrepen en komt daardoor steeds in de problemen. Check ... Zo kan ik nog wel even doorgaan. Die clichés zijn net wat ik niet zoek in fantasy. En toch greep dit boek mij van in het begin bij mijn nekvel.

Aan het begin van het verhaal ontmoeten we Kote, eigenaar van de herberg 'The Waystone Inn'. Niemand vermoedt dat deze goedmoedige, onopvallende man in werkelijkheid de legendarische held Kvothe is. Wanneer op een dag een kroniekschrijver de herberg betreedt, besluit Kvothe om zijn levensverhaal te laten optekenen ...

Kvothe groeit op in een reizend gezelschap van muzikanten en acteurs. Maar op een kwade dag wordt de volledige groep afgeslacht door de mythische Chandrian. Kvothe blijft alleen over. Jarenlang overleeft hij als bedelaar, alvorens hij de 'Universiteit' bereikt, waar hij hoopt meer te weten te komen over de Chandrian, en tegelijkertijd een opleiding te krijgen tot alchemist en magiër. Maar dat alles gaat natuurlijk niet zonder de nodige hindernissen.

Schitterend boek! Heel meeslepend geschreven, in een prachtige taal. De spanning wordt soms tergend traag opgebouwd - de klemtoon ligt op het uitwerken van (vooral) het hoofdpersonage. Rothfuss neemt er zijn tijd voor en als lezer moet je dat ook doen. Het is vooral de verwachting aan wat komen gaat, die de lezer aan de bladzijden gekluisterd houdt. Het blijft dus afwachten of delen 2 en 3 die verwachtingen zullen inlossen.

Toch een waarschuwing voor mensen die vooral houden van epische fantasy, met grootse veldslagen, flitsende actie en hordes afgrijselijke creaturen ... Dit alles zul je nauwelijks vinden in dit boek. Er gebeurt eigenlijk niet echt veel in dit verhaal. Kvothes jonge jaren doen meer aan Dickens denken dan aan een Lord of the Rings. Zijn verblijf op de Universiteit leest als een Harry-Potter-voor-volwassenen; mét de intriges, maar zonder de grootse avonturen. Het is pas tegen het einde dat stilaan het avontuurlijke karakter van het boek bovenkomt. "The Name of the Wind" telt bijna 700 bladzijden, maar aan het eind heb je het gevoel dat je enkel een inleiding hebt gelezen op een groots avontuur. En dat zou dan moeten volgen in deel 2: "The Wise Man's Fear". Ik ben benieuwd.

Patrick Rothfuss: The Name of the Wind. London, Gollancz, 2008, 662 p.
Oorspr. uitgave: 2007

zaterdag 31 oktober 2015

"Het Kaïnsteken" van Jo Claes

"'Herinneringen kleven niet aan gebouwen,' antwoordde de vreemdeling koud. 'Herinneringen kleven aan het geheugen en het geweten van mensen.'"

Monte San Lorenzo is een typisch rustig, Toscaans dorpje. De inwoners kennen elkaar door en door en er wordt heel wat geroddeld. We volgen enkelen van hen: de stokoude pastoor, de dolverliefde kapper, de jonge weduwe, de overspelige burgemeester,... Al gauw blijkt dat een gebeurtenis van vele jaren geleden als een donkere schaduw over het dorpje hangt. Wanneer een mysterieuze vreemdeling in het dorpje verschijnt, die de ruïne van de oude synagoge wil ombouwen tot een hotel, wordt Monte San Lorenzo opnieuw geconfronteerd met dat duistere verleden.

Na "De dwaling" en "Postume dood" is dit de derde literaire roman van Jo Claes die ik lees - een serie boeken die hij schreef voor hij aan de misdaadboeken rond inspecteur Thomas Berg begon. Eén thema komt in elk van die boeken terug: het hoofdpersonage dat een zwaar persoonlijk verlies lijdt en zijn leven omgooit om te proberen daarmee om te gaan. In "Het Kaïnsteken" is dat de joodse Tom Rinkeveen, die twee grote verliezen probeert te boven te komen. Daarvoor trekt hij, zonder dat hij zelf helemaal beseft waarom, naar het geboortedorp van zijn moeder.

Verwacht van deze boeken van Claes geen simpel verhaaltje, met een afgeronde conclusie. De eenvoudige structuur en de heldere taal zijn wat dit betreft wat misleidend. Als lezer moet je echt wel je weg zoeken in de informatie die Claes aanreikt, om helemaal te begrijpen wat er speelt. Ik vond dit boek minder sterk dan "Postume dood" en zeker "De dwaling", maar de symboliek die Claes telkens in zijn romans verwerkt, maakt dit toch weer tot een boeiend werkje.

Jo Claes: Het Kaïnsteken. Antwerpen/Baarn, Houtekiet, 1994, 159 blz.

vrijdag 30 oktober 2015

"The Eyeless" van Lance Parkin

"The Doctor nodded. His attention wandered back to the Fortress. He needed to get on with what he'd come here to do."

De Doctor arriveert tussen de ruïnes van de stad Arcopolis. Hij is daar om een bijzonder krachtig wapen uit te schakelen -  een wapen dat jaren geleden niet enkel de bevolking van Arcopolis heeft uitgeroeid, maar het potentieel heeft om ravage aan te richten in het gehele universum. Maar er blijken overlevenden te zijn van de catastrofe. En sommigen van hen hebben andere plannen met het wapen. Op de koop toe verschijnen ook mysterieuze wezens ten tonele, die zich The Eyeless noemen en die hun eigen agenda hebben. Voor de Doctor wordt de vernietiging van het wapen plots heel wat dringender.

Doctor Who is één van mijn 'guilty pleasures'. Ik mis geen enkele aflevering van de tv-serie en ik lees af en toe ook graag al eens een roman die op de reeks gebaseerd is. De tie-ins verschenen vroeger zeer frequent (wel twee per maand), en werden door de fans zeer geapprecieerd in de lange jaren dat er geen 'Doctor Who' op tv kwam. Daar zaten dan ook echt wel pareltjes tussen. Echte sciencefiction, die het niveau van de doorsnee tie-infictie vaak ver overtrof. Toen in 2005 de nieuwe serie uitkwam, veranderde uitgever BBC Books ook het concept van de romans. De boeken werden heel wat minder complex en moesten nu ook een ander, lees: jonger, publiek kunnen bekoren. Sindsdien is het niet meer wat het geweest is. 'The Eyeless' is wel een van de betere 'moderne' romans: de typering van de Doctor is heel goed, en het verhaaltje is onderhoudend. Niet meer, niet minder.  Maar ik mis wel de oude reeksen van Virgin en BBC Books.

Lance Parkin: The Eyeless. BBC Books, 2008, 249 p.

woensdag 28 oktober 2015

"The First Americans" van J.M. Adovasio (met Jake Page)

"But here they were, two apparently firm dates that would completely change my life."

Nog eens een non-fictieboek vastgenomen en dan grijp ik al gemakkelijk naar iets over één van mijn grote hobby's: cultuur en geschiedenis van de Amerikaanse indianen. In dit geval gaat het om een boek dat focust op de archeologie die zich bezighoudt met de vraag wie de eerste Amerikanen waren, waar ze vandaan kwamen en wanneer ze in Amerika terecht zijn gekomen.

Het antwoord is niet in enkele regeltjes samen te vatten en de meningen erover zijn -op z'n zachtst gezegd- nogal verdeeld. J.M. Adovasio, zelf een befaamd archeoloog, geeft een helder overzicht van de evolutie van de Amerikaanse archeologie en zo leren we net zo veel, zo niet meer, over de vele wetenschappers die zich pakweg de laatste 200 jaar aan dit complexe vraagstuk hebben gewaagd, als over de eerste Amerikanen zelf. Het is een verhaal van nijd, jaloezie en scheldpartijen tussen wetenschappers van verschillende strekkingen. Een ware archeologen-oorlog, dus.  Zelf Louis Leakey, de archeoloog en paleontoloog die waarschijnlijk de belangrijkste bijdagen heeft geleverd aan het onderzoek naar de oorsprong van de mens in Afrika, beet zijn tanden stuk op het 'Amerikaanse' vraagstuk.

James Adovasio heeft zelf een belangrijke bijdrage geleverd in de discussie, vooral door zijn onderzoek van de site in Meadowcroft, en daarom is dit werk waarschijnlijk niet volledig objectief. Maar zijn argumenten en bewijsvoering klinken in ieder geval overtuigend. "The First Americans" is een populair-wetenschappelijk werk dat erg vlot leest. De auteurs weten soms bijzonder moeilijke materie op een heel begrijpelijke manier uit te leggen.  Bovendien is het op een onderhoudende, soms zelfs geestige manier geschreven.  Een aanrader voor wie in de materie geïnteresseerd is.

J.M. Adovasio with Jake Page: The First Americans - In Pursuit of Arcaeology's Greatest Mysteries. New York, Modern Library, 2002, 330 p.

zondag 18 oktober 2015

"All Flesh is Grass" van Clifford D. Simak

"I wasn't driving fast and there was a lot of room for the truck to pass me, and there was not a thing to hit - and then I did hit something"

Als uit het niets verschijnt er rond een klein Amerikaans stadje een onzichtbare koepel. Niemand kan de stad meer binnen - of buiten. Zonder contact met de buitenwereld zijn de dorpsbewoners op zichzelf aangewezen. De isolatie confronteert hen met elkaar... en met zichzelf.

Het zou een korte inleiding over "Under the Dome" van Stephen King kunnen zijn, maar dit gaat wel degelijk over "All Flesh is Grass" van de Amerikaanse sciencefictionschrijver Clifford D. Simak, dat in 1965 werd gepubliceerd. Het lijkt waarschijnlijk dat King, als kenner van oude sciencefiction en horror, wel op de hoogte was van Simaks boek. Kunnen we dus van plagiaat spreken?

Ach, King stofte wel eens eerder oude concepten af, om er dan iets totaal nieuws van te maken. Niet als lijkenpikkerij, maar als eerbetoon en het lijkt mij niet ondenkbaar dat dat hier ook het geval is. Bovendien is het enkel het uitgangspunt dat gelijk is - "Under the Dome" en "All Flesh is Grass" zijn twee totaal verschillende romans. Verwacht geen horrortoestanden of krankzinnige personages die anderen afslachten. Neen, dat was niet het soort schrijver dat Simak was. Zijn personages zijn veel geloofwaardiger, en menselijker. Een vuistgevecht tussen twee heethoofden is dan ook het meest gewelddadige dat je hier zult vinden. Simak schreef vooral ideeënromans, en aan ideeën ontbreekt het dan ook niet.

Een buitenaards ras sluit het stadje Milville volledig af van de buitenwereld. Niet dat ze daar slechte bedoelingen mee hebben - het is een experiment, waarmee ze de mensheid willen zien te doorgronden, en hen hun kennis aan te bieden in ruil voor samenwerking.  Maar dan ze hadden geen rekening gehouden met de vijandigheid van het menselijke ras. Brad Carter, een mislukt immobiliënmakelaar uit Milville, wordt door de wezens aangezocht om verbindingspersoon te spelen tussen hen en de mensheid. Maar ook hij bijt zijn tanden stuk op het onbegrip en de domheid van zijn soortgenoten.

Simak was nooit de meest opwindende sciencefictionschrijver van zijn generatie. Een wat gezapige stijl - echt veel gebeurt er niet. Dit boek voelt ook wat verouderd aan, en ik kan me voorstellen dat jongere lezers zich hier wellicht niet door aangesproken voelen. Maar dit is het soort boeken waarmee ik opgegroeid ben, en iets lezen van die Golden Age-generatie, voelt voor mij steeds weer als thuiskomen. "All Flesh is Grass" mag dan misschien niet Simaks allerbeste werk zijn, toch vond ik dit best een onderhoudende roman.

Clifford D. Simak: All Flesh is Grass. London, Methuen, 1985, 255 p.
Oorspr. uitgave: 1965